Eiwitten - Koolhydraten - Vetten


Vrijdag, 20 Oktober 2017


Macronutriënten zijn verschillende voedingsstoffen die wij als mens nodig hebben om een normaal functionerend lichaam te hebben. Macro betekent groot en nutriënten zijn voedingsstoffen. De macronutriënten zijn de voedingsstoffen die wij het meeste nodig hebben, in verhouding met andere voedingsstoffen. We maken onderscheid tussen drie verschillende macronutriënten, namelijk koolhydraten, vetten en eiwitten. Deze drie voedingsstoffen hebben een gemeenschappelijke overeenkomst, ze kunnen ons alle drie energie geven.

buikvet

Dit zijn eigenlijk de enige voedingsstoffen waar we energie uit kunnen halen. Hoewel de ene een stuk lastiger is om om te zetten in energie, dan de andere, kunnen ze ons wel alle drie energie geven. Naast dat deze voedingsstoffen kunnen worden omgezet in energie, hebben ze ook ieder verschillende andere belangrijke functies binnen het menselijk lichaam. Zo worden deze voedingsstoffen onder andere gebruikt voor groei, opname van vitamines, aanmaak van cellen en andere lichaamseigenstoffen. Wanneer je gezonder wilt leven of wilt afvallen, is het belangrijk dat je weet wat deze voedingsstoffen doen in jouw lijft, om zo jouw doelstellingen te kunnen halen. Niet alleen de hoeveelheid is belangrijk, ook de verhoudingen van de macronutriënten is essentieel.

Energie halen uit macronutriënten

Koolhydraten, vetten en eiwitten geven ons lichaam energie, ondanks dat ze dit gemeen hebben, zit er een groot verschil in de verwerking en vertering van de verschillende voedingsstoffen. Voor ons lichaam is het bijvoorbeeld relatief makkelijk en kost het weinig energie om koolhydraten om te zetten in energie. Terwijl vetten omzetten in energie al een stuk lastiger is en daarnaast kost het ons lichaam ook meer energie om het om te kunnen zetten in bruikbare energie voor ons lichaam. Eiwitten kosten nog meer moeite om om te zetten in energie dat bruikbaar is voor het lichaam. Één gram koolhydraten levert 4 Kcal. Waar koolhydraten 4 Kcal per gram leveren, leveren vetten 9 Kcal per gram en eiwitten leveren net als koolhydraten 4 Kcal per gram.

Functies van koolhydraten

Koolhydraten leveren (snelle) energie. Bij de vertering worden koolhydraten afgebroken en in de lever worden deze afgebroken koolhydraten omgezet in glucose. Glucose kan door cellen gebruikt worden voor energie. Via het bloed wordt glucose vervoerd naar alle cellen, waar het kan worden gebruikt. Glucose is er belangrijk voor hersencellen en rodebloedlichaampjes bijvoorbeeld.

Functies van vetten

Vetten hebben verschillende functies, als eerste het beschermen van je lichaam, door middel van een vetlaagje. Daarnaast beschermen ze ook belangrijke organen die in je buik zitten en gaan ze warmte verlies tegen. Sommige vitamines kunnen alleen worden opgenomen via vet, dit zijn de in vet oplosbare vitamines A, D, E en K. Vetten zijn ook nodig voor het aanmaken van cholestorol, hormonen en andere stoffen in het menselijk lichaam.

Functies van eiwitten

Je lichaam bestaat voor een groot deel uit eiwitten, alle cellen in het menselijk lichaam bestaan uit eiwitten. Spieren, organen, botten, bloed en aderwanden bestaan grotendeels uit eiwitten in combinatie met andere lichaamseigenstoffen. Eiwitten spelen een hele belangrijke rol binnen het menselijk lichaam. Het is daarom belangrijk dat je genoeg eiwitrijke voeding binnenkrijgt. Eiwitten zijn een soort bouwstenen voor je lichaam, daarom is het van belang dat je iedere dag voldoende eiwitten binnenkrijgt. Je lichaam moet continu alles vernieuwen denk maar eens aan je haar, nagels en huid, maar ook vele andere lichaamsdelen bestaan uit eiwitten. Om die te vernieuwen heb je voldoende eiwitten nodig.


Voeding is belangrijker dan sport.

Wanneer je wilt afvallen is het belangrijker dat je je voedingspatroon aanpast, dan dat je gaat sporten. Met een combinatie van beide, boek je het snelste resultaat. Maar wees niet bang, als je niet kunt of wilt sporten is het veel belangrijk om op je voeding te letten. Je kunt namelijk wel afvallen door gezond te eten en niet te sporten, maar nauwelijks afvallen door niet op je voeding te letten en wel te sporten. Het is dus belangrijk om jezelf te realiseren dat het veranderen van je eetpatroon belangrijker is. Daarnaast kun je nog kijken of je kunt gaan sporten of dagelijks wat extra beweging te krijgen door te fietsen in plaats van de auto te nemen of na het eten lekker te wandelen bijvoorbeeld.

Vermijd crashdiëten

Een crash dieet is een dieet waarbij je erg weinig calorieën binnenkrijgt, hierdoor krijg je niet alle voedingsstoffen binnen die je nodig hebt voor een gezond en fit lichaam. Volg alleen een crahs dieet als je slechts een paar kilo wilt kwijt raken in een korte periode, maar houdt er altijd rekening mee dat het er net zo snel weer aankomt, het is dus slechts een tijdelijke oplossing. Na het crash dieet zul je namelijk al snel weer aankomen, dit is het bekende jojo-effect. Daarnaast verlies je ook veel vocht en spieren, terwijl je juist vet wilt verliezen. Een crashdieet volgen is dus geen gezonde en verstandige keuze.

Drink een glas water voor iedere maaltijd

Mensen halen wel eens honger en dorst gevoelens door elkaar. Wanneer je merkt dat je honger hebt, kun je het beste eerst een glas water drinken, soms stilt dit de honger omdat je eigenlijk behoefte had aan drinken. Wanneer je toch nog honger hebt heeft het ook nog een ander voordeel. Je maag zit namelijk al een stuk voller, dus als je daarna nog gaat eten, heb je sneller een vol gevoel en zal je dus minder eten, waardoor je minder calorieën binnenkrijgt. Win-win situatie, want het is natuurlijk erg gezond voor je lijf om voldoende water binnen te krijgen, zeker als je wilt afvallen!

Een goede voorbereiding.

Zorg voor een goede voorbereiding, weeg jezelf iedere keer op dezelfde weegschaal op dezelfde dag en tijdstip en schrijf het resultaat op. Bereken je BMI en schrijf dit ook ieder weegmoment op. Meet ook je heup-, buik-, bovenbeen- en armomtrek en noteer dit iedere keer als je een weegmoment hebt. Op deze manier kun je goed bijhouden of je afvalt en progressie maakt. Het is belangrijk dat je niet alleen maar op de weegschaal staan. Wanneer je ook sport, kan het zo zijn dat je denkt dat je niet afvalt. Het tegendeel is waar, je vetpercentage daalt vaak, maar je spiermassa gaat omhoog. Spieren wegen meer dan vet, dus dan lijk je zwaarder terwijl je vetpercentage juist naar beneden is gegaan.